De grootste guus van… Roel Bonten
Naast hein telt ons team nog veel méér vakidioten. We stellen ze aan je voor met hun grootste guus. Deze keer: trainer Roel, die in zijn aanstekelijke enthousiasme soms net wat te snel denkt dat iets moet kunnen. Of dat hij iets moet kunnen…
Je gaat al een tijd mee Roel: je traint al bijna 10 jaar voor hein…
“Klopt! Maar eigenlijk gaan we nog verder terug, want ik heb psychologie gestudeerd met Jules en Kim. Geweldig hoe zij de ‘papieren’ theorie van de collegebanken hebben vertaald naar een aanpak die aanslaat in de praktijk. Van laffe soep naar krachtbouillon, zeg ik vaak.”
Ah, je bent van de beeldspraak. Want je noemt hein ook de ‘Apple onder de gedragsprogramma’s’…
“Jazeker. Want het zit allemaal zo intuïtief in elkaar. Voor hein geldt net als voor Apple: je hoeft geen expert te zijn om er meteen mee te kunnen werken. En dat terwijl gedrag natuurlijk hartstikke complex is.”
“De hele flow van denken, ervaren en leren klopt gewoon”
Hoe merk je dat tijdens je trainingen?
“Je ziet het kwartje vaak meteen vallen. Mensen herkennen hein en guus bij zichzelf én anderen. Iets abstracts als gedrag wordt daardoor opeens concreet. En omdat je er woorden aan geeft, gaan mensen er ook makkelijker over praten.”
Dat is lekker werken voor een trainer…
“Zeker. Deelnemers stellen bijvoorbeeld regelmatig een vraag die dan – pats – op de volgende slide aan bod komt. Dat is geen toeval: de hele flow van denken, ervaren en leren klopt gewoon. Heerlijk trainen is dat!”
Ze noemen je op kantoor ook wel een ‘nar’. Wat bedoelen ze daarmee?
“Dat herken ik wel. En die nar zit ook in hein. Want wat doet een nar? Verhalen vertellen, maar ook: uitdagen. Tijdens trainingen voel ik vaak wel waar iets ‘vastzit’. Dan kan een onverwachte vraag of een prikkelende opmerking genoeg zijn om de boel los te krijgen. Soms moet je daarvoor met een kwinkslag op een gevoelige ‘knop’ durven drukken.”
Is dat niet spannend?
“Alleen als mijn grootste guus meedoet. Die zegt namelijk weleens: moet-kunnen. Juist omdat ik meestal goed aanvoel welke ‘knop’ ik kan indrukken – en hoe ik kan meebewegen – ga ik soms nét iets te lang of te ver door. Moet-kunnen. En dan voel je aan de groep: ho, dit was te veel. Dan moet ik dus terugschakelen.”
“Moet-kunnen, denk ik dan. Of: moet-ik-kunnen…”
Kom je die guus ook privé tegen?
“Zeker! Zo voetbal ik op een bedenkelijk niveau. Als ik een nét wat te harde pass krijg, doe ik er alles aan om die bal binnen te houden. Maar mijn lichaam is geen 25 meer; eigenlijk moet ik zo’n bal laten lopen. Toch flitst het dan door mijn hoofd: ‘moet-kunnen’. Of een variant: ‘moet-ik-kunnen’. Maar er kómt natuurlijk een moment dat ik iets afscheur…”
Iets heel anders: wat is het verhaal achter die strandfoto?
“Dat zijn cartoonist Hajo en ik op het strand in LA. Af en toe geven we namelijk hein-trainingen in het buitenland. Dat is hard werken, want trainen in het Engels kost best wat kruim. En je hebt met andere culturen te maken, wat ook een extra dimensie geeft. Maar daarna is het vaak heerlijk bijkomen, zoals je ziet! En zo zie je nog wat van de wereld: Los Angeles, Taipei, San Diego, New York…”
Reis je dan altijd samen met een cartoonist?
“Als hein-trainer doe je veel van je trainingen samen met een cartoonist, die de verhalen van de deelnemers live vastlegt. Nóg iets wat het geven van die trainingen zo anders maakt.”
En wie zien we op de foto’s hierboven?
“Dat is Paul Currie, een knotsgekke Ierse comedian. Ik ga namelijk vaak naar comedy nights. Meestal is dat ontzettend lachen, en de humor van deze man is echt bizar. Maar op de foto rechts zie je dat ik een keer uit het publiek werd gepikt. Heeeel ongemakkelijk, kan ik je vertellen...”
Tot slot: wat doe je als je niet naar comedy nights gaat?
“Dan ben ik graag thuis bij mijn gezin in het mooie Mook, bij Nijmegen. Ik zwem graag (óók in ijskoud water) en ik voetbal dus. Tot ik een keer écht te ver ga…”
Functie
Trainer
Studie
Psychologie
Over het trainersvak
“Ik train veel namens hein, maar ook voor andere organisaties: van werkontwikkelbedrijven tot en met hightech-pioniers. Elke keer is dat weer spannend: met de billen bloot, kijken of je de groep weer mee krijgt en samen iets bereikt. En elke keer is het weer een feest als dat lukt!”