Lang niet alle ZZP’ers zijn vertrouwd met een open aanspreekcultuur. Hoe breng je daar verbetering in? Dat is lastig. Want ZZP’ers vormen een moeilijk bereikbare groep. En ze zijn sterk gewend aan vrijheid. Maar soms kun je iets forceren. ‘De mensen achter hein’ deden dat. In een situatie die we allemaal kennen: een kleine verbouwing thuis.


In zee met een ZZP’er. Hij werkt vaak alleen. Zou dat wel veilig toegaan? Niemand die hem observeert, laat staan corrigeert. Hooguit misschien een enkele opdrachtgever...

Eigenlijk een ideale situatie voor een hein-experiment. Ook omdat hein sowieso niet beperkt moet blijven tot werksituaties; het gaat net zo goed om thuis. En zo kwam Jules Heijneman op de vraag: ’Wat zou er gebeuren als we de aannemer tijdens de hele verbouwing bestoken met op- en aanmerkingen vanuit hein?’

De ZZP’er heet Hans Wevers. Hij zit al meer dan 17 jaar in de bouw. Eerst voor diverse bedrijven, maar sinds ’97 met zijn eigen klussenbedrijf.

Hans weet dus hoe het toegaat: ’Als je iemand direct aanspreekt op zijn handelwijze, dan hoor je al snel: “Waar bemoei jij je mee?!?” Zeker in de bouw. Daar heb je met veel ego’s te maken. Die voelen zich meteen beledigd.’


’Zo saai!’

Toen kwam de verbouwing van de zolder van Jules Heijneman. Hans begon er nietsvermoedend aan: ‘Jules vertelde me wel over hein, maar dat zei me niets. Het deed me denken aan vroeger, toen ik nog in vaste dienst was. Dan kreeg je heel veel cursussen over veiligheid. Allemaal meegemaakt. Dat was verplicht. Iedereen zat na tien minuten al op z’n horloge te kijken. Zo saai! Ging alleen maar over regeltjes. Het had niets van “hoe kunnen we elkaar scherp houden.”’

Dus Hans is niet iemand die zit te wachten op meer van datzelfde. Hoe moet je dan een begin maken? De start is beide heren goed bijgebleven. Hans stond op een hoge ladder. Jules kwam tussen de middag ”ontzettend toevallig zomaar even kijken”. Hij wees op de ladder en riep naar boven:

- Hé Hans, wat zie ik?

Hans keek naar Jules, begon te lachen, maar zei niets.


- Wat zou hein hiervan zeggen?

Zeg jij het maar...

- Je bent daarboven met dakpannen in de weer en mensen kunnen zomaar onder je ladder door lopen. Ik ken niet alle regeltjes uit jouw vak, maar mijn hein zegt: ’Dat kan niet de bedoeling zijn.’ Toch?

Heb jij niet van die afzetlinten?

O, die. Ja, die heb ik natuurlijk wel... Die liggen in de bus.

- Nu moest Jules lachen: Goed verhaal heb je dan nadat het mis is gegaan. ’Ik had ze in mijn bus liggen...’

Weet je, Jules, ik ben in een uurtje klaar. Dus ik vond het gedoe met die dingen toch net iets te veel moeite.


- Te veel moeite?

Het is hier toch niet zo nodig, in zo’n rustig straatje als dit...

- Dat kun je natuurlijk nooit weten.

In principe heb je wel gelijk, dus ik zal ze wel even pakken.

- Oké Hans! Hartstikke goed.


Terugdenkend aan dat startmoment, zegt Hans: ‘Wat ik toen riep was echt mijn gewoontegedrag. Het gaat bij mijn werk niet alleen om dat ene rustige straatje. Want dat straatje ligt in een rustig buurtje, en juist daar heb ik een heleboel klanten. Die krijg ik allemaal via via. Dus ik werk de hele tijd zo. Dat lint kwam tot dan toe de auto nauwelijks uit.

Maar goed, zo lang ik bij Jules aan de verbouwing werkte, sprak hij me aan op de hein-manier. Dan weer dit, dan weer dat. Ik wist steeds eerder wat er nu weer aan de hand was. Tot het voldoende was als hij zei: “Wat zou hein zeggen...?”. Dan begreep ik al precies wat-ie bedoelde.

Op een gegeven was het zo ver dat ik degene was die erover begon. Dan riep ik: “hein zegt...” En vrij snel daarna ben ik het zelfs gaan toepassen als ik in m’n eentje bezig was. Gewoon doordat ik me bewuster werd van mijn gedrag.

Weer later ben ik hein ook op collega’s gaan toepassen. Ik huur geregeld iemand in. En dankzij hein spreek ik die nu vaker ergens op aan. Ik merk dat het werkt. Zodra ik kom met: “hein zegt…“, lachen we en pakt die collega op wat ik bedoel. En zo ga je veiliger werken.


Ludiek en belangrijk

Het verschil met al die cursussen en trainingen is dus: met hein heb je een instrument om mensen indirect aan te spreken. Doordat je het via de derde persoon doet. Je zegt niet meteen: “Dat kun je beter anders doen”. Maar je laat hein dat zeggen. En dan is het veel beter te verteren. Je confronteert elkaar op een ludieke manier. Dan blijft het hangen.

Dus hein is leuk, maar intussen ben je wel met iets heel belangrijks bezig. Er gebeuren dagelijks ongevallen. Veilig werken is een groot dilemma in de bouw. Ik zie vaak levensgevaarlijke situaties, met name bij zzp’ers. Die bepalen zelf welk risico ze nemen. Er zijn wel veel regels, maar de controle is nul-komma-nul. Dus de oplossing zal ergens anders vandaan moeten komen.’